Dinosaurus had hoge lichaamstemperatuur

Geschreven door op jun 27, 2011 in Aarde & Klimaat | Laat een reactie achter
Dinosaurus had hoge lichaamstemperatuur

De lichaamstemperatuur bepalen van een beest dat al 65 miljoen jaar dood is: dat klinkt onmogelijk. Toch denken wetenschappers nu te weten dat dinosaurussen net zo warmbloedig waren als moderne zoogdieren. Maakt dit dan eindelijk een einde aan de eeuwige discussie of dino’s koud- of warmbloedig waren?

Toen de dinosaurussen in 1842 werden ontdekt, dachten paleontologen dat dino’s net alskoudbloedigen (zoals reptielen) afhankelijk van de zon waren om warm te blijven. Dinosaurussen wáren immers reptielen, dacht men. De laatste jaren komen er echter steeds meer aanwijzingen dat dino’s warmbloedig waren (net als zoogdieren), en dus zelf hun temperatuur op peil konden houden. Maar directe bewijzen daarvoor zijn er niet.

Een internationaal team van Amerikaanse en Duitse wetenschappers werpt nu nieuw licht op deze kwestie: zij hebben aan de hand van fossiele tanden berekend wat de absolute lichaamstemperatuur geweest moet zijn van de dino’s. De resultaten stonden deze week in het blad Science.

Fossiel tandglazuur

Wetenschappers onderzochten fossiele tanden die 150 miljoen jaar geleden in de mond stonden van de Camarasaurus en de Brachiosaurus: reusachtige, plantenetende dinosaurussen met een lange nek. Het glazuur van de tanden – en de chemische samenstelling daarvan – is al die jaren heel goed bewaard gebleven; beter nog dan botten.

In tandglazuur zitten mineralen die in lichaamscellen worden aangemaakt. Die mineralen bevatten hele kleine hoeveelheden koolstof- en zuurstofatomen, die tijdens de vorming van het mineraal samenklonteren. De mate waarin ze dat doen hangt af van de omgevingstemperatuur: hoe hoger de temperatuur in de dino, hoe minder de atomen samenklonterden.

De onderzoekers gebruikten dit verband als een soort chemische ‘thermometer’. De hoeveelheid ‘atoomklontjes’ is zo nauwkeurig te meten, dat de temperatuur met een afwijking van één graad Celsius is vast te stellen. Uit de metingen bleek dat deCamarasaurus een lichaamstemperatuur had van 36 graden Celsius, voor deBrachiosaurus was dat 38 graden Celsius. Vergeleken met dieren van nu hadden deze dino’s een hogere temperatuur dan krokodillen (rond de 31 graden Celsius), en een lagere dan vogels (rond de 41 graden Celsius). Maar ze waren net zo warm als de huidige zoogdieren, zoals de mens.

Warm- of koudbloedig?

Is dit onderzoek nu doorslaggevend bewijs voor de warmbloedigheid van dino’s? Nee. De lichaamstemperatuur komt inderdaad overeen met die van moderne zoogdieren, wat warmbloedigheid zou betekenen. Maar het is ingewikkelder dan dat. De reusachtige omvang van Camarasaurus en Brachiosaurus– ze wogen minstens vijftien ton – stelden hen in staat om hun warmte goed vast te houden. Dus al waren deze dinosaurussen koudbloedig, dan nog konden ze een hoge lichaamstemperatuur hebben.

De resultaten kunnen wel helpen bij het testen van theoretische modellen die proberen te voorspellen hoe dino’s in elkaar zaten. Er is bijvoorbeeld een model dat voorspelt dat de lichaamstemperatuur van een dinosaurus toeneemt met zijn grootte. Camarasaurus en Brachiosaurus zouden volgens dat model een temperatuur hebben gehad van zo’n 42 graden Celsius. Maar de wetenschappers maten 37 graden Celsius. Dat suggereert dat dino’s hun temperatuur konden laten zakken om zichzelf – vanwege hun immense grootte – te beschermen tegen oververhitting. Zo’n interne thermostaat zou wel weer bewijzen dat de beesten warmbloedig waren.

Kleine dino’s

De wetenschappers willen als volgende stap de lichaamstemperatuur van kleine dino’s gaan meten. Kleine dieren hebben een relatief groot oppervlak in vergelijking met hun volume en kunnen daarom minder warmte vasthouden. Als zou blijken dat de lichaamstemperatuur van kleine dino’s ook net zo hoog is als die van zoogdieren, zou dat een nog sterkere aanwijzing zijn voor warmbloedigheid.

Naast dino’s zetten de onderzoekers ook andere uitgestorven dieren op de lijst voor onderzoek naar lichaamstemperatuur. Dat zou ons kunnen leren hoe het energieverbruik van moderne zoogdieren en vogels is geëvolueerd.

Bron:

Robert A. Eagle e.a. Dinosaur body temperatures determined from isotopic (13C-18O) ordering in fossil biomineralsScience, 23 juni 2011

Dit nieuwsbericht verscheen 27 juni 2011 op Kennislink

Reageer