Duurzame palmolie uit de tropen

Geschreven door op apr 16, 2012 in Biobrandstoffen | Laat een reactie achter
Duurzame palmolie uit de tropen

Oliepalm komt als één van de meest duurzame gewassen uit de bus voor de productie van biobrandstoffen. Mits er geen tropisch bos voor wordt opgeofferd, en boeren zich houden aan goede landbouwpraktijken. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Sander de Vries aan de Wageningen Universiteit.

Met het oog op klimaatverandering, zetten overheden ruim in op de productie van biobrandstoffen. In 2009 werd wereldwijd drieënzeventig miljard liter bioethanol gemaakt, vier keer zoveel als in 2000. En de productie van biodiesel was in hetzelfde jaar met zestien miljard liter zelfs vijftien keer zo hoog als in 2000.

Maar voor de grootschalige teelt van voedselgewassen – waar veruit de meeste biodiesel of bioethanol valt te winnen – moet vaak bos worden gekapt. Over debeoogde terugdringing van de CO2-uitstoot, bestaan daarom twijfels. Maar het gebruik van voedselgewassen voor biobrandstof is niet per definitie slecht voor het milieu. Het verschilt nogal per gewas en hangt af van de landbouwpraktijken die boeren uitoefenen, blijkt uit het promotieonderzoek van landbouwkundige Sander de Vries van de Wageningen Universiteit.

Van koolzaad tot sojaboon

Wanneer is de productie van biobrandstof uit voedselgewassen duurzaam te noemen? Dat hangt grotendeels af van de efficiëntie waarmee de planten land en schaarse grondstoffen, zoals meststoffen en water, gebruiken. Daarnaast is de hoeveelheid fossiele brandstof die het kost om de gewassen om te zetten in biodiesel of -ethanol ook een belangrijke graadmeter. Met andere woorden: productie is duurzamer als de opbrengst aan plantaarige olie per hectare land hoog is, in verhouding met de hoeveelheid water, bestrijdingsmiddelen en CO2 die het produceren kost.

Momenteel zijn er een aantal gewassen die erg succesvol zijn voor het maken van biobrandstof, zoals maïs en sojaboon in de VS, oliepalm in Maleisië, en tarwe, suikerbiet en koolzaad in Noord- West-Europa. Juist omdat het om eetbare planten gaat, zijn er veel gegevens bekend over de teelt. Je kan bijvoorbeeld zo opzoeken hoeveel voedingsstoffen er in het land worden gestopt, en wat de opbrengst per hectare is. Handig voor het onderzoek van De Vries. “Aan de hand van deze en andere gegevens hebben we in een van onze onderzoeken voor de belangrijkste voedselgewassen gescoord hoe ze het doen op duurzaamheid”, legt hij uit.

Dag tropisch regenwoud

Uit nader onderzoek kwamen – naast de zogenaamde tweede generatie oneetbare gewassen als olifantsgras – oliepalm en suikerriet als het meest duurzaam uit de bus. Voor de netto hoeveelheid energie die deze gewassen opleveren, hebben ze in verhouding weinig bestrijdingsmiddelen, water, fossiele brandstoffen en land nodig. Mais en tarwe scoorden slecht: ze brengen in verhouding weinig energie op voor de hoeveelheid fossiele brandstoffen die het kost om de gewassen om te zetten in bioethanol.

Hoe kan dat nou, oliepalm duurzaam? Voor oliepalmplantages worden toch tropische regenwouden plat gebrand waarbij veel CO2 vrijkomt? Maar als de vernietiging van bos te omzeilen valt, is het de moeite waard nog wat dieper in te duiken op de duurzaamheid van oliepalm. Want ondanks dat uitbreiding van oliepalmplantages controversieel is – vanwege de bedreiging voor de tropische regenwouden – neemt de vraag naar plantaardige olieën toe. Niet alleen voor het produceren van biodiesel, maar met name ook voor voedsel en cosmetica als shampoo.

Beter gewasmanagement

Zo bleek het in Indonesië – waar veel oliepalmplantages staan – goed mogelijk om oliepalm te planten op afgedankte landbouwgronden. Zulke grond heeft een laag koolstof-gehalte, waardoor gewassen die erop groeien extra veel CO2 kunnen vastleggen. Ook het verbeteren van de landbouwpraktijken wierp zijn vruchten af. Ten opzichte van de gemiddelde plantage, maken plantages onder goed gewasmanagement bijvoorbeeld efficiënter gebruik van voedingsstoffen in de bodem.

De opbrengst van oliepalm verhogen kan dus een stuk duurzamer dan via de kap van tropische bossen. Door op bestaande plantages beter management in te voeren, en plantages uit te breiden naar afgedankte landbouwgrond is er bovendien minder concurrentie met voedselproductie. Volgens De Vries is de volgende stap onderzoeken hoe dit betere gewasmanagement op grote schaal is toe te passen. En nu maar hopen dat de beleidsmakers iets met deze aanbeveling gaan doen.

Dit nieuwsbericht verscheen 16 april 2012 op Kennislink

Reageer