Gat in ozonlaag herstelt zich

Geschreven door op mei 24, 2011 in Aarde & Klimaat | Laat een reactie achter
Gat in ozonlaag herstelt zich

Het gat in de ozonlaag boven Antarctica begint te helen. Dat is nu voor het eerst waargenomen sinds het gebruik van cfk’s aan banden werd gelegd.

Eerder dan 2020 zou het gat in de ozonlaag zich niet gaan herstellen, dachten wetenschappers lange tijd. Maar nu heeft een onderzoeksteam van de Universiteit van Macquarie (Sydney, Australië) ontdekt dat de hoeveelheidozon boven Antarctica is toegenomen met vijftien procent sinds eind jaren negentig.

Cfk’s

Op een hoogte van gemiddeld dertig kilometer van het aardoppervlak ligt de ozonlaag. De ozonlaag is belangrijk voor het leven op aarde: het houdt bijna 99 procent van de gevaarlijke UV-straling tegen. De ozonlaag wordt dunner als er door menselijk toedoenchloorfluorkoolstofverbindingen (cfk’s) in de atmosfeer terecht komen.

Sinds 1989 is het gebruik van cfk’s internationaal verboden. De cfk’s in de atmosfeer namen daardoor af. Maar of de ozonlaag daardoor weer dikker werd? Dat was moeilijk te meten.

Gat boven Antarctica

Chloor uit cfk’s heeft UV-straling en een ijskoude atmosfeer nodig om ozonmoleculen te vernietigen. Op Antarctica zijn in de lente de omstandigheden perfect. Het is nog koud genoeg, en de eerste zonnestralen komen weer door na een winter zonder zonsopkomst. Elke lente vreet chloor in een noodtempo bijna de helft van de oorspronkelijke ozon boven Antarctica op. Technisch gezien ontstaat er dus geen echt ‘gat’ maar eerder een verdunning van de ozonlaag. Het gat stopt met groeien als het te warm wordt. In de zomer is het gat zelfs weer helemaal dicht door de aanvoer van verse ozonrijke lucht. Het duurt dan tot de volgende lente eer er weer een gat ontstaat.

Weersomstandigheden

Het gat in de ozonlaag is het ene jaar groter dan het andere. Dat maakt het lastig voor onderzoekers om te meten of het cfk-verbod effect heeft gehad. Het Australische onderzoeksteam ontdekte waarom de grootte van het gat per jaar zo verschilt: het hangt af van de wintertemperatuur in de atmosfeer.

Via satellieten is dertig jaar lang bijgehouden hoeveel ozon er was boven Antarctica, en wat de weersomstandigheden waren. De onderzoekers begrijpen het verband tussen de weersomstandigheden en de ozonlaag nu zo goed, dat ze er rekening mee kunnen houden bij het berekenen van de hoeveelheid ozon. Ze filterden het effect van de weersomstandigheden uit de data. Eindelijk konden ze meten of de ozonlaag groeit of krimpt en het gat bleek zich sinds eind jaren negentig te herstellen. Wanneer het helemaal dicht zal zijn? Dat kan toch nog wel tot 2050 duren.

Voorspellen

Vooral de temperatuur in de atmosfeer is bepalend voor de ozonafbraak. Vanaf min tachtig graden Celsius ontstaan zogenaamde parelmoerwolken in de ozonlaag die uit kleine ijskristallen bestaan. Die ijskristallen vormen het toneel waarop het chloor uit de cfk’s ozon vernietigt en zijn dus onmisbaar om ozon af te breken. Hoe kouder het is in de atmosfeer, hoe meer parelmoerwolken ontstaan en hoe meer ozon wordt afgebroken.

Als je weet wat de winterse weersomstandigheden zijn boven Antarctica, kun je voorspellen hoe groot het ozongat in de lente zal zijn. Dat is handig om te weten. Als het gat groter is zal in de zomermaanden meer UV-straling het aardoppervlak bereiken. Dat brengt gevaren met zich mee voor de mensen die op het zuidelijk halfrond wonen. Gelukkig kunnen zij nu gewaarschuwd worden.

Bron:

Murry Salby e.a. Rebound of Antarctic ozoneGeophysical Research Letters. 6 mei 2011 (online).

Dit nieuwsbericht verscheen 24 mei 2011 op Kennislink

Reageer