Genetisch schild voor beenmerg

Genetisch schild voor beenmerg

Chemotherapie heeft niet alleen vat op de tumor, maar vernietigt ook het gezonde beenmerg. Door de stamcellen in het beenmerg een beschermend gen mee te geven is dat te voorkomen en kunnen patiënten toch hoge doses chemotherapie krijgen. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek onder patiënten met hersentumoren.

Gentherapie – het repareren van kapotte genen door gezonde genen aan het DNA toe te voegen – timmert hard aan de weg om te bewijzen veilig en effectief te zijn. Vorige week was op Kennislink al te lezen over HIV-patiënten die met behulp van gentherapie jarenlang hun virusinfectie onder controle hielden. En deze week is het weer raak.

Gentherapie kan mensen met bepaalde hersentumoren helpen beschermen tegen de bijwerkingen van chemotherapie. Dat blijkt uit de eerste resultaten van wetenschappers van het Fred Hutchinson Cancer Research Center in Seattle (VS), onder leiding van Hans-Peter Kiem. Deze week staan de resultaten online in het tijdschrift Science Translational Medicine

Beenmerg onbeschut

Kiem en zijn collega’s richten zich op mensen met glioblastoom: een kwaadaardig en agressief type hersentumor. Zulke tumoren trekken zich doorgaans niet zoveel aan vanchemotherapie, omdat in veel gevallen het zogenaamde MGMT-gen constant aan staat. Hierdoor maken de tumorcellen een eiwit dat de door chemotherapie bewust aangebrachte DNA-schade doodleuk weer hersteld.

Daarom gebruiken artsen nog een tweede medicijn dat MGMT blokkeert, waardoor chemotherapie weer vat krijgt op de tumorcellen. Maar jammer genoeg tast deze heftige combinatietherapie ook het beenmerg aan, waar de bloedcellen gemaakt worden. Dit is een ernstige bijwerking: daling van het aantal bloedcellen zet de deur open voor infecties en kan leiden tot hevige bloedingen. Er zit dan niks anders op dan te stoppen met chemo, of doorgaan met een lagere dosis, met het gevaar dat de kanker zich verspreid.

Transplantatie

De Amerikaanse wetenschappers hebben dit probleem weten te omzeilen door de cellen uit het beenmerg een beschermend schild te geven. Hiervoor tapten ze van drie patiënten met glioblastoom wat beenmerg af. Uit het beenmerg haalden ze stamcellen – die verantwoordelijk zijn voor de aanmaak van alle typen bloedcellen – en voegden daar een beschermend gen aan toe.

Met het extra gen kunnen de stamcellen net als tumorcellen de DNA-schade repareren die de chemo aanricht. Maar daarnaast worden de stamcellen door het gen ook resistent tegen het tweede medicijn, dat tumorcellen juist gevoelig maakt voor chemo. De patiënten kregen hun eigen stamcellen met het extra gen weer terug via een transplantatie, gevolgd door flinke dosis chemotherapie.

Genetisch schild

De resultaten mogen er zijn: de patiënten overleefden na transplantatie gemiddeld bijna twee jaar zonder last te hebben van bijwerkingen van de aangepaste stamcellen. Dat klinkt niet overdonderend, maar zonder transplantatie is de prognose slechts één jaar. “We zagen dat patiënten na transplantatie van genetisch aangepaste stamcellen in staat waren chemotherapie beter te verdragen dan patiënten die dezelfde chemo kregen zonder een transplantatie met deze cellen”, lichtte Hans-Peter Kiem toe in eenpersbericht. Eén van de drie patiënten is bijna drie jaar na de transplantatie zelfs nog in leven, zonder dat zijn ziekte is verergerd.

Hoopvol, maar de behandeling is voorlopig nog geen gemeengoed. Het zijn pas de eerste voorzichtige resultaten van een klein opgezette klinisch onderzoek, dat nu nog steeds loopt. Maar mocht zo’n transplantatie met genetisch verrijkte stamcellen ooit het ziekenhuis betreden, dan kunnen waarschijnlijk ook mensen met andere tumoren waarin het MGMT-gen overuren draait er baat bij hebben.

Bron:

Jennifer E. Adair e.a. Extended survival of glioblastoma patients after
chemoprotective HSC gene therapy. Science Translational Medicine. Online publicatie op 9 mei 2012.

Dit nieuwsbericht verscheen 10 mei 2012 op Kennislink

Reageer