Gentherapie voor HIV succesvol

Gentherapie voor HIV succesvol

Elf jaar geleden kreeg een groep HIV-patiënten een behandeling met gentherapie. Hun genetisch aangepaste afweercellen houden de virusinfectie nu nog steeds onder controle, blijkt uit Amerikaans onderzoek. En dat zonder vervelende bijverschijnselen.

Laten het maar gelijk duidelijk zijn: HIV is (nog) niet te genezen. Maar er komen wel steeds meer behandelingen die het virus voor langere tijd onder controle kunnen houden. Dat zou betekenen dat patiënten uiteindelijk kunnen stoppen met het dagelijks slikken van dure virusremmers. Met gentherapie lijkt dat mogelijk. Zoalssteroïden de prestaties van atleten een boost geven, zo zou gentherapie het afweersysteem kunnen oppeppen om tegen HIV te vechten.

Nu blijkt uit Amerikaans onderzoek van de Universiteit van Pennsylvania dat HIV-patiënten zelfs jaren na een behandeling met gentherapie, nog steeds in staat zijn HIV te onderdrukken. De HIV-patiënten zijn bovendien gezond en eventuele bijwerkingen zijn in geen velden of wegen te bekennen. Dat schrijven de wetenschappers deze week in het tijdschrift Science Translational Medicine.

Virus als hulpmiddel

Om nieuwe genen in lichaamscellen te krijgen is een vervoermiddel nodig. Meestal wordt hiervoor een virus gebruikt, omdat virussen van nature erfelijk materiaal de cel inloodsen om zich zo te kunnen vermeerderen. Het virus wordt wel eerst, via wat aanpassingen, onschadelijk gemaakt voor mensen. Het gen naar keuze dat je wilt afleveren stop je in het virus, dat virus laat je in het lab los op wat cellen van de patiënt. Het gen reist mee met het virus en belandt vanzelf in de lichaamscellen. Die kun je vervolgens terug spuiten in de patiënt.

Maar in het verleden is gentherapie met zo’n virus niet altijd veilig gebleken. Het is moeilijk te sturen waar het gen zal terechtkomen, en dat brengt risico’s met zich mee. Doordat het nieuwe gen de werking van andere genen kan verstoren, kan dat op de lange termijn bijvoorbeeld leiden tot kanker.

Vechtende cellen

Maar dat gevaar lijkt geweken, blijkt uit het onderzoek van de Amerikanen. Ze volgden 43 mensen die besmet waren met HIV, die zich tussen 1998 en 2002 hadden aangemeld voor een klinische test waarin ze een behandeling met gentherapie kregen. Van elke patiënt werden de T-cellen – een specifiek type afweercel – in het lab door een virus voorzien van nieuwe genen. En met nieuwe genen krijgt de cel nieuwe functies: de T-cellen konden weerstand bieden tegen de HIV-infectie, en het afweersysteem aansporen alle HIV-besmette cellen te vernietigen.

Elf jaar na de behandeling hadden 41 van de 43 deelnemers de genetisch aangepaste afweercellen nog in hun lijf. De afweercellen vochten bovendien nog steeds om HIV de baas te kunnen. En in het bloed dat de patiënten elk jaar afstonden, was niks ongewoons te vinden dat kan wijzen op bloedkanker of andere bijwerkingen. Ze zijn gewoon gezond, maar nemen voor de zekerheid nog wel elke dag hun medicijnen.

Geen medicijnen meer?

Het gebruik van virussen voor gentherapie is dus niet per definitie gevaarlijk. Waarschijnlijk hangt de veiligheid op de lange termijn af van de kenmerken van het type cel, denken de onderzoekers. Eerder zagen ze namelijk wel verontrustende bijwerkingen toen ze stamcellen uit het bloed genetisch wilden veranderen met behulp van virussen. Maar T-cellen van het afweersysteem lijken geen problemen te ondervinden van gentherapie met behulp van een virus.

Bovendien zijn de genetisch aangepaste afweercellen, na meer dan 10 jaar rond zwerven in het bloed, nog steeds effectief. En het wordt nog mooier: met computermodellen is zelfs berekend dat na 16 jaar, meer dan de helft van de afweercellen en hun nakomelingen nog in leven is. Eén behandeling zou in dat geval genoeg zijn om HIV-besmette cellen tientallen jaren lang te blijven doden. Effectief, en een stuk goedkoper dan levenslang elke dag medicijnen slikken.

Bron

John Scholler e.a. Decade-Long Safety and Function of Retroviral-Modified Chimeric Antigen Receptor T Cells. Science Translational Medicine. Online publicatie op 2 mei 2012.

Dit nieuwsbericht verscheen 3 mei 2012 op Kennislink

Reageer