Hoe Engeland aan z’n tarwe kwam

Geschreven door op apr 23, 2015 in Archeologie | Laat een reactie achter
Hoe Engeland aan z’n tarwe kwam

Archeologen: Handelende jager-verzamelaars introduceerden graan 2000 jaar eerder dan altijd werd gedacht.

Tweeduizend jaar voordat moderne boeren er tarwe begonnen te verbouwen, bereikte dit graan Groot-Brittannië al. Dat concluderen archeologen van de University of Warwick op basis van DNA-onderzoek aan sediment afkomstig van een archeologische vindplaats voor de kust van Engeland.

Tienduizend jaar geleden begon de landbouw zich geleidelijk te verspreiden over Europa. Vanuit het Midden-Oosten, waar het verbouwen van gewassen begon, migreerden boeren richting het noorden en het westen. De jager-verzamelaars die daar leefden, schakelden geleidelijk over van jagen, vissen en verzamelen naar een samenleving gebaseerd op landbouw en veeteelt. Als laatste bereikte de landbouw Groot-Brittannië, zo’n 6000 jaar geleden. Het onderzoek van de Engelsen werpt nu nieuw licht op de opkomst van de landbouw in dit gebied. Het team analyseerde 8000 jaar oud sediment, opgegraven op een prehistorische plaats voor de kust van Zuid-Engeland. Dit gebied ligt tegenwoordig onder water, maar destijds stonden er nederzettingen. In het opgegraven sediment zit oeroud, bewaard gebleven
DNA van planten en dieren die er toen leefden. Ze troffen onder andere DNA aan van eikenbomen, populieren en kruiden, wat erop wijst dat het gebied bosachtig was.

Gek genoeg dook ook het DNA van tarwe op in de analyse, schrijven de onderzoekers deze week in Science. Dat is opmerkelijk, omdat de landbouw pas 6000 jaar geleden Groot-Brittannië bereikte. Het team vond geen aanwijzingen dat er 8000 jaar geleden wél al tarwe werd verbouwd. Er was bijvoorbeeld geen enkel spoor van stuifmeel te vinden. Tarwe groeide destijds niet in Engeland, maar werd geïmporteerd door jager-verzamelaars via ruilhandel is de conclusie. Jager-verzamelaars in Noordwest-Europa hadden blijkbaar 2000 jaar voor de opkomst van de landbouw al sociale contacten met rondtrekkende boeren.

Daarnaast geeft het onderzoek nieuw inzicht in een langlopende discussie over de omschakeling van jagen naar landbouw in Groot-Brittannië. Sommige wetenschappers zeggen dat migrerende boeren de jager-verzamelaars heel snel vervingen, nadat ze waren aangekomen. Anderen denken dat de landbouw heel geleidelijk voet aan de grond kreeg, en dat het duizenden jaren duurde voordat jager-verzamelaars afhankelijk werden van granen. Uit een door de archeologen gereconstrueerde kaart van het gebied, blijkt dat Groot-Brittannië achtduizend jaar geleden mogelijk in direct contact stond met Noord-Frankrijk en Nederland. Aangezien het eiland niet geïsoleerd lag, is er geen reden om aan te nemen dat de verspreiding van granen lang op zich liet wachten.

Dit nieuwsbericht verscheen 26 februari in 2015 in vakblad Trouw.

Reageer