Lichaamsgeurtjes mieren zijn perfect communicatiemiddel

Geschreven door op aug 14, 2015 in Biologie | Laat een reactie achter
Lichaamsgeurtjes mieren zijn perfect communicatiemiddel

In de antennes op hun kop zitten opvallend veel sensoren

Mieren maken onderscheid tussen soortgenoten uit hun eigen kolonie en indringers aan de hand van lichaamsgeur. Nog knapper: een mier kan zelfs de verschillende rangen binnen de eigen kolonie identificeren aan dit luchtje, ontdekten biologen van de Riverside University of California.

Voor het ongeoefende oog ziet een mierenhoop eruit als een chaos. Maar wie zich erin verdiept ziet dat deze sociale insecten intensief samenwerken. Een kolonie bestaat uit een koningin, vrouwelijke werksters en mannetjes. De koningin plant zich voort met behulp van de mannetjes. De werksters verzorgen samen de jongen, verzamelen voedsel en jagen indringers naar buiten.

Om de mierenmaatschappij goed te organiseren moeten de inwoners met elkaar kunnen communiceren. Dat gebeurt door middel van de chemische stoffen op hun pantser, schrijven de wetenschappers in Cell Reports. Met de antennes op hun kop kunnen de beestjes elkaars geur oppikken. Dat mieren goed kunnen ruiken was al bekend. Vergeleken met andere insecten hebben ze in hun antenne veel sensoren die geurmoleculen kunnen detecteren. Maar hoe ze dit uitgebreide systeem gebruiken om elkaar te herkennen, was nog de vraag.

Waarschijnlijk produceren mieren allemaal net een ander mengsel van chemicaliën op hun pantser. De chemische stoffen waar het om gaat zijn koolwaterstoffen. Elke mier scheidt een mix uit van wel tientallen koolwaterstoffen. Andere mieren kunnen die geur waarnemen en zo identificeren met welk lid van de kolonie ze te maken hebben. De experimenten van de Amerikaanse biologen bevestigen deze theorie. Ze lieten werksters ‘ruiken’ aan het chemische goedje van de koningin en van collega-werksters en maten de elektrische activiteit van de antennes. Die bleken op werksters anders te reageren dan op de koningin. Conclusie? De mier kon de twee luchtjes van elkaar onderscheiden.

Blijkbaar hebben mieren de vele sensoren in hun antennes dus nodig om al die verschillende koolwaterstoffen op te kunnen snuiven. Een soortgenoot herkennen in de overvolle kolonie lukt trouwens alleen als de mier met zijn neus bovenop een ander staat, voegen de biologen eraan toe. Omdat de koolwaterstoffen bijna niet vervliegen, blijft de geur dicht bij het lichaam hangen. Dat is maar goed ook: als al die geurtjes in de lucht rondzweven zou het beestje maar in de war raken.

Dit nieuwsbericht verscheen 14 augustus in Trouw.

Afbeelding: Rasbak

Reageer