OmanDe sultan van Oman zet de leerstoel Watermanagement van UU-hoogleraar Ruud Schotting voort voor een bedrag van 2,5 miljoen euro. Oman en Utrecht ondertekenen op 22 mei het contract.

Oman en wetenschap: het is een combinatie die niet voor de hand lijkt te liggen. Maar het West-Aziatische land, grenzend aan onder meer Saoedi-Arabië, Jemen en de Arabische Zee, is de laatste veertig jaar sterk gemoderniseerd. Promovendi in Oman hoeven bijvoorbeeld niet langer uit te wijken naar het buitenland om hun studie te vervolgen en de sultan grossiert inmiddels in leerstoelen. Nu heeft hij er vijftien, de leerstoel van Schotting is nummer zestien.

Sultan Qaboos Bin Said al-Said nam 44 jaar geleden de macht in het oliestaatje over van zijn vader. Hij besloot – in tegenstelling tot zijn vader – de olieopbrengsten te investeren in de ontwikkeling van Oman. “De sultan vindt dat de wetenschap een verbindende factor is tussen de Arabische en de westerse culturen. Wetenschap kan mensen met een sterk verschillende culturele achtergrond dichter bij elkaar brengen”, zegt UU-hoogleraar en tevens campuscolumnist Ruud Schotting.

Al sinds 2007 heeft Schotting een bijzondere leerstoel die verbonden is aan Oman. Hij is er naar eigen zeggen ‘in gerold’. Het begon allemaal in 2005. In dat jaar deed toenmalig premier Jan Peter Balkenende de leerstoel die werd gefinancierd door onder meer Shell en Damen Shipyards cadeau aan de sultan van Oman. De sultan had destijds zelf al een groot aantal leerstoelen geïnitieerd, onder meer in Melbourne, Cambridge, Oxford en Beijing.

Drie van die leerstoelen vallen binnen de bètawetenschappen, de overige gaan meer over culturele of religieuze kwesties. Schotting: “Sultan Qaboos is kennelijk gek op leerstoelen en heeft tijdens het bezoek van Balkenende slimme dingen gezegd over de rol van water. Oman moet in de toekomst van een mono-economie, draaiend op olie, naar een meer diverse economie waarin water een cruciale rol zal gaan spelen.” Vandaar dat de leerstoel over watermanagement werd opgezet.

Er werd een profiel opgesteld voor de leerstoel en men kwam uit bij Schotting vanwege zijn inhoudelijke expertise in de hydro(geo)logie. “Ik was weinig bekend met Oman en ben me toen gaan verdiepen in het land. Ik ging langs bij ministeries en universiteiten en al rondreizend kwam ik erachter dat de problemen die ze daar hebben niet wezenlijk verschillen van onze waterproblematiek. De oplossingen zijn wel totaal verschillend, want wij zitten in een natte delta en zij in een kurkdroge woestijn.” De prachtige kansen die de leerstoel bood voor studenten en onderzoeksprojecten, maakten hem echt enthousiast.

De functie van Oman-hoogleraar was in eerste instantie voor een periode van vijf jaar. Schotting: “Toen kwam de vraag: gaan we ermee door? En zo ja, op de oude manier of wordt Oman benaderd om de zestiende leerstoel te adopteren?” Gekozen is voor de laatste optie: kwam de financiering voor de leerstoel voorheen van het Nederlandse bedrijfsleven, nu is het de sultan die in de buidel tast.

In een korte maar krachtige brief berichtte Oman dat de UU eenmalige een bedrag van 2,5 miljoen euro krijgt voor de voortzetting van de leerstoel. Schotting mag de naam van de sultan blijven verbinden aan zijn functie. “Sultan Qaboos geeft een groot bedrag en laat het vervolgens geheel aan de Universiteit Utrecht over. Het geld wordt gestort in een fonds waaruit onder meer mijn salaris wordt aangevuld.  De sultan wil er niks voor terug. Ik heb absolute academische vrijheid. Dat is de meest zuivere manier om de wetenschap te ondersteunen.”

Het onderzoek van Schotting richt zich onder meer op het tegengaan van verzilting. Zowel Nederland als Oman hebben daar problemen mee. In kustgebieden bevindt zich onder de grond een scheidingsvlak tussen zoet en zout water, zegt Schotting. “Die grens willen we zo ver mogelijk richting kust hebben. Maar doordat boeren jarenlang zoet water oppompten, is het scheidingsvlak landinwaarts bewogen.” Hierdoor is in Oman op kustgebieden van 250 kilometer lang geen agrarische activiteit meer: gewassen willen er niet op de zoute grond groeien. Het feit dat het weinig regent in Oman maakt de verzilting tot een groot probleem.

Oman heeft inmiddels te kennen gegeven op korte termijn twee masterstudenten en een postdoc uit Utrecht aan het werk te willen zetten. “Zij willen graag studenten uit de numerieke hoek en hebben een prachtig project waar wij en onze studenten een mooie rol in kunnen spelen. Wij doen kwantitatief onderzoek en rekenen alles uit met wiskunde en computers. Let wel, alles wat we tot nog toe hebben ondernomen, zoals studentenuitwisseling, was ons eigen initiatief. Nog nooit ben ik met een opdracht of een dwingende vraag geconfronteerd”, aldus Schotting.

Het enige wat hij wél moet doen, is jaarlijks een verslag van zijn activiteiten opsturen naar de sultan. “In de overeenkomst staat dat ze mij niet kunnen claimen. Als ik wil, kan ik vandaag de samenwerking met Oman stopzetten. Maar dat zou wel het aller, aller domste zijn wat ik zou kunnen doen”, lacht Schotting.

Op 22 mei ondertekent Marjan Oudeman, voorzitter van het College van Bestuur het contract in bijzijn van onder andere de Secretaris-Generaal van Sultan Qaboos, de Ambassadeur van Oman in Nederland, de Commissaris van de Koning en de burgemeester van Utrecht.

Dit achtergrondartikel verscheen 6 mei 2012 op Digitaal Universiteitsblad (DUB)

Reageer