Ebola-virusdeeltjeEbola blijft opduiken en slachtoffers maken in Afrika. Een geneesmiddel is er niet. Een vaccin evenmin. Gebeurt er nog iets aan het wetenschappelijk front om het virus in de kiem te smoren?

Een epidemie van ongekende proporties. Daarvoor waarschuwde Artsen zonder Grenzen (AzG) nadat het ebola-virus de afgelopen weken al meer dan honderd slachtoffers eiste in het regenwoudgebied van Guinee. Ook in Liberia waart het virus rond. Ebola duikt op in afgelegen gebieden in landen waarin de hygiëne en de gezondheidszorg te wensen over laten.

Het virus is snel en dodelijk. Tot zo ver waren de epidemieën klein, met gewoonlijk minder dan 100 doden. Maar de paniek bij een uitbraak is groot. De bloedneuzen en bloederige urine jagen angst aan en de sterfte onder onbehandelde mensen kan oplopen tot 90%. De enige manier om het virus te stoppen is door de patiënten zo snel mogelijk te isoleren. Artsen kunnen alleen de symptomen behandelen, onder andere door vocht toe te dienen. Dat kan 10 tot 15 procent van de patiënten redden. Inspanningen vanuit de wetenschap lijken magertjes.

Gemaskeerd virus
De World Health Organization (WHO) heeft onderzoek naar ebola nog wel degelijk op de agenda staan. De meeste inspanningen komen uit de Verenigde Staten. In 2010 ontdekten wetenschappers van de Amerikaanse onderzoeksinstelling National Institutes of Health (NIH) waarom ons afweersysteem de indringer bij een infectie niet meteen detecteert. Daardoor begrijpen we iets beter hoe het menselijk lichaam op moleculair niveau omgaat met het virus.

Normaal gesproken reageert het afweersysteem op het RNA van een virus zodra het virus cellen binnendringt. Maar een eiwit op het oppervlak van ebola gooit roet in het eten: het eiwit maskeert het virale DNA en remt zo de aanval van het afweersysteem. Uiteindelijk komt ons afweersysteem het virus op het spoor, maar vaak pas te laat. Patiënten hebben vaak al klontjes in hun bloed die de organen blokkeren die daardoor falen. Een doodsvonnis.

Nog geen succes
En hoe zit het met een vaccin, wordt daar nog aan gewerkt? “Nederlandse wetenschappers zijn bij de zoektocht naar een vaccin betrokken, maar toch is ebola hier geen focus van het geneeskundig onderzoek”, zegt hoogleraar Tropische Geneeskunde in het Amsterdam Medisch Centrum Martin Grobusch. “Er zijn onderzoeken naar vaccins, maar er gloort vooralsnog geen groot succes aan de horizon.”

Slechts enkele vaccins bleken in de afgelopen jaren veelbelovende kandidaten. Een voorbeeld. In 2011 rapporteerden Amerikaanse wetenschappers in het vakblad PNAS over de productie van een vaccin door tabaksplanten. De groep koppelde het gen voor een viruseiwit aan het gen voor een antistof tegen dit eiwit: een combinatie die makkelijk herkenbaar is voor het afweersysteem. De genen stopten ze in het genoom van de tabaksplant die vervolgens het eiwitcomplex aanmaakte in zijn bladeren. Het vaccin beschermde 80% van de muizen tegen de dodelijke ebola-infectie. Het mooie aan dit synthetische plantvaccin is dat het gedroogd of ingevroren jaren op de plank kan liggen wachten op de volgende ebola-uitbraak. In tegenstelling tot eerdere vaccins die slechts een maand goed bleven.

Volksgezondheid
Maar een vaccin op de markt brengen is moeilijk in de praktijk. Ten eerste brengt het opzetten van een klinische studie, om de vaccins in mensen te testen, ethische kwesties met zich mee. Wetende dat de sterfte kan oplopen tot 90 procent maakt het onaanvaardbaar om de controlegroep een placebo te geven. Bovendien is de markt voor een vaccin voor deze zeldzame ziekte piepklein. Niet rendabel voor farmaceutische bedrijven, dus moet financiering uiteindelijk van een gulle overheid komen.

Grobusch: “Ebola is een vreselijke ziekte en het krijgt altijd veel aandacht in de media. Maar op niveau van de volksgezondheid is een vaccin de investering niet waard. We hebben altijd met weinig gevallen te maken. En weten hoe een uitbraak te controleren is.”

Pijlen gericht op vleermuizen
De voornaamste reden dat sommige overheden, waaronder die van de Verenigde Staten, geld steken in de ontwikkeling van een vaccin is hun angst voor bioterrorisme. In theorie lijkt het mogelijk om het virus via de lucht overdraagbaar te maken, maar volgens Grobusch is het potentieel ebola als biowapen te kunnen gebruiken extreem beperkt. Te beginnen bij het feit dat het virus, dat niet tegen zonlicht kan, nauwelijks buiten het lichaam overleeft.

“Er zijn verschillende landen geïnteresseerd in de bestrijding van ebola, om zich te kunnen verdedigen tegen biologische oorlogsvoering of terreuraanslag”, zegt arts en medisch adviseur bij AzG Esther Sterk, in een interview op hun website. “Maar toch blijft onderzoek beperkt. Het kleine aantal epidemieën en patiënten maakt het moeilijk om de ziekte te bestuderen. Om vaccins te ontwikkelen, zouden er voldoende vrijwilligers moeten zijn. Het onderzoek richt zich op de oorsprong van het virus en op vleermuizen, want dat is wellicht het natuurlijke reservoir van het virus.”

Ook Heinz Feldmann, hoofd van het virologie laboratorium van de NIH, is het er mee eens dat de nadruk moet liggen op preventie in plaats van het maken van een vaccin. “Dat is goedkoper en effectiever op lange termijn”, zei hij in 2011 tegen het medische vakblad The Lancet. Het is belangrijk om uit te dokteren hoe vleermuizen het virus doorgeven aan mensen. Dat is een onderbelicht onderwerp. Feldmann: “Begrijpen hoe ebola wordt overgedragen en waar het zich verstopt is één van de handvatten om de ziekte te beheersen.

Dit artikel verscheen 11 april 2014 op de website van Eos en in het Eos Weekblad op tablet (iPad en Android).

Reageer