20160623_114341Wat in de zeventiende eeuw begon als onderwijstuin met geneeskrachtige kruiden, is uitgegroeid tot een weelde van ruim achtduizend plantensoorten uit alle windstreken. NEMO Kennislink krijgt een rondleiding door de Botanische Tuinen in Utrecht.

Zijn vleugel is niet goed uitgevouwen. De zwarte vlinder met iriserende blauwe vleugels probeert zich vast te klampen aan een bloem, maar valt naar beneden. De stakker is net uit zijn pop gekropen en gaat het waarschijnlijk niet redden. “Ik zou hem eigenlijk uit zijn lijden moeten verlossen”, zegt bioloog Nick Meijdam, gestoken in een donkergroene bodywarmer en stevige leren laarzen. Hij wacht toch even af of de vlinder het misschien redt.

We staan in de overdekte vlindertuin van de Botanische Tuinen in Utrecht, waar Meijdam verantwoordelijk is voor de publieksinformatie en educatie. Elke dag opent hij de deur van de ‘poppenkast’ om de kersverse fladderaars de tuin in te laten. De vlinders zijn vandaag niet erg actief. De regen komt met bakken uit de hemel, het dondert en het is donker in de vlinderkas. Meijdam: “Op een zonnige dag weet je niet wat je ziet.”

We moeten het tijdens onze rondleiding doen met hoosbuien. Gelukkig hebben de Botanische Tuinen, naast de buitentuinen, een uitgebreid kassencomplex waar we min of meer droog – zelfs hier komen de druppels naar beneden – de plantenpracht kunnen ontdekken.

Hondenkerkhof

De Botanische Tuinen, afgelopen weekend nog de locatie voor wetenschapsfestival De Beschaving, zijn onderdeel van de Universiteit Utrecht. Sinds 1963 liggen ze midden in het universitaire centrum de Uithof. Toen de tuinen in 1639 werden opgericht, was het vooral een plek waar geneeskundestudenten onderwijs kregen over medicinale planten. De indeling zag er destijds uit als een ‘hondenkerkhof’, vertelt Meijdam. “Een aantal rechthoekige bedjes kruiden naast elkaar met naambordjes erin waar je langs kon lopen.”

Het hondenkerkhof van 1200 vierkante meter is tegenwoordig een groene oase van negen hectare grond waarop 8800 plantensoorten hun wortels vastzetten. Er groeien nog steeds geneeskrachtige planten, maar ook sierplanten en bedreigde soorten die op de Rode lijst (opgesteld door de overheid) staan.

In de Botanische Tuinen is net als in de zeventiende eeuw nog steeds ruimte voor universitair onderwijs, met name voor biologiestudenten. Het liefst ziet Meijdam, die zelf biologie studeerde aan de Universiteit Utrecht, dat ook studenten geneeskunde de tuinen leren kennen. “Een groot deel van de geneeskundestudenten weet niet dat driekwart van alle medicijnen van planten afkomstig is. Gelukkig komen studenten farmacologie tijdens hun opleiding wel in de tuinen.”

Achter slot en grendel

We maken een rondje door de (sub)tropische kassen. We gaan een plant zien die nog maar op één plek in de wereld in de natuur groeit: de Monocostes uniflores uit Peru. De plant wordt in veel tuinen gehouden; om hem terug te kunnen brengen in de natuur mocht hij in Peru verdwijnen. “Daar”, zegt Meijdam en hij wijst. Onze ogen volgen zijn vinger. Dat steeltje? De zeldzame plant ligt hier onopvallend te wezen tussen felgekleurde bloemen en grootse bladeren. Zelfs het naambordje is bijna niet meer te lezen. We hadden iets spectaculairders verwacht. Meijdam haalt zijn schouders op. “Zeldzame soorten kunnen saai zijn, al is de Monocostes in bloei met zijn gele bloemen wel wat fraaier.”

Niet alle soorten zijn vrij toegankelijk te bezichtigen voor het publiek. Bepaalde orchideeën zitten bijvoorbeeld achter slot en grendel omdat ze in Nederland moeilijk te verkrijgen zijn. “Het is weleens gebeurd dat we verzamelaars betrapten met planten in hun zakken.”

Biobrandstof

We lopen achter onze gids aan dieper de kassen in, die niet alleen onderdak bieden aan (sub)tropische soorten maar ook aan een aantal plantenlaboratoria. Verschillende onderzoeksgroepen van de universiteit nemen hier allerhande planten onder de loep. In een van de onderzoekskassen zien we rijen plastic bakken water met daarin een soort kroos. Kroosvarens, oftewel Azolla,legt Meijdam uit.

Kroosvarens zijn snelgroeiende zoetwaterplantjes die onder andere lipiden bevatten, wat ze interessant maakt voor biobrandstof. Moleculaire plantenfysiologen bekijken hier hoe ze het kroos kunnen vermeerderen om het uiteindelijk op grote schaal te kunnen produceren.

Deze reportage verscheen 8 juli 2016 op NEMO Kennislink (in samenwerking met Daniëlle Veldhuis)

Reageer