vliegtuigAl bijna tien jaar compenseert de groep Energy & Resources van het Copernicus Instituut haar reisgerelateerde kooldioxide-uitstoot. Het instituut vraagt de nieuwe decaan om dat voor de hele faculteit Geowetenschappen in te voeren. Volgende stap is de hele universiteit.

Initiatiefnemer van het verduurzamen van de wetenschapskilometers is universitair hoofddocent Martin Junginger van het Copernicus Instituut voor duurzame ontwikkeling. Het is zijn overtuiging dat het departement moet uitoefenen wat ze zelf uitdraagt: duurzaamheid.

Toen hij tien jaar geleden aantrad bij dit departement van de faculteit Geowetenschappen, ging hij nog vier keer per jaar op reis buiten Europa. Die vliegreizen alleen kostten 15 ton kooldioxide (CO2)  per jaar, berekende hij. Om het in perspectief te zetten: de gemiddelde Nederlander stoot jaarlijks 8 ton uit.

Om de hoeveelheid werkgerelateerde CO2-uitstoot te reduceren was meer nodig dan papier recyclen en koffiekoppen omspoelen, vond Junginger. Zonder slag of stoot ging het departementsbestuur mee met zijn plan de uitstoot van dit broeikasgas voor de energiewetenschapper te compenseren. Voor een vliegreis betaalt het departement nu 5 tot 8 procent extra bovenop de reiskosten.

Compenseren door geld te geven aan duurzame, goede doelen
De afgelopen drie jaar doen steeds meer medewerkers mee aan dit compensatiesysteem. De met het vliegtuig afgelegde kilometers worden één keer per jaar berekend en omgezet in de hoeveelheid kooldioxide dat zij samen hebben uitgestoten. Op basis van die gegevens wordt geschat hoeveel ton CO2 de werkreizen van het hele departement kostten. In 2014 pompten ze gezamenlijk 244 ton van het broeikasgas de atmosfeer in, met een gemiddelde van 1,69 ton per persoon. Die hoeveelheid is vergelijkbaar met een half miljoen kliko’s tot aan de rand toe gevuld met dit gas.

Het compensatiegeld ging tot vorig jaar naar het aan de UU gelieerde natuurreservaat vanstichting Trésor in Frans-Guyana. “Maar de hypotheek voor dit reservaat was op een gegeven moment afbetaald. We moesten op zoek naar een nieuwe manier van compenseren. Vorig jaar besloten we met het compensatiegeld CO2-rechten te kopen die we investeren in verschillende projecten in ontwikkelingslanden via het Fair Climate Fund”, vertelt Junginger. “Naar dat fonds gingen de meeste stemmen.”

Wat deze onderneming onderscheidt van andere initiatieven is dat ze zich naast het reduceren van koolstof richten op het terugdringen van armoede en ziektes in lokale gemeenschappen in ontwikkelingslanden, zegt Junginger. “Dat doen ze bijvoorbeeld via oplossingen voor schoner koken. Wat velen van ons een pluspunt vinden, is dat het bedrijf gevestigd is in Utrecht.”

Voorkomen is beter
Inmiddels probeert Junginger zijn wetenschapskilometers ook te beperken, met het idee dat voorkomen beter is dan compenseren. “Een paar weken geleden, gaf ik een gastcollege in Zweden via Skype. Behalve dat ik mijn CO2-uitstoot beperk, scheelt het ook heel veel tijd. Maar soms kom ik niet onder het reizen uit: dan moet ik bijvoorbeeld naar een meeting van een Europees project waar ik echt fysiek bij aanwezig moet zijn.”

Het Copernicus Instituut wil de buitenlandse reizen binnen het departement of de faculteit ook zeker niet verbieden. “Waar het ons vooral om gaat is om onderzoekers bewuster te laten omspringen met werk-gerelateerde vliegreizen.”

En dat werpt zijn vruchten af, zegt hij.  “In ons hele departement is de gemiddelde uitstoot per persoon afgenomen. Dat komt ten eerste door het vertrek van onze top-uitstoter die goed was voor zo’n 40 tot 50 ton kooldioxide per jaar. Maar ook omdat we beter nadenken of we wel of niet gaan vliegen. Zo werd iemand van ons departement een keer uitgenodigd voor een conferentie in Mexico waar hij maar 15 minuten zou hoeven spreken. Alle reis- en verblijfskosten zouden worden vergoed. In zo’n geval moet je je afvragen of de impact van jouw lezing groot genoeg is om erheen te gaan. De gedachte op de universiteit is toch dat je je werk doet voor het grotere goed. Uiteindelijk hebben we voor die conferentie de presentatie op video opgenomen. En dat werkte prima.”

Na het Copernicus, de hele faculteit
Junginger hoopt met de goede resultaten in de hand de nieuwe decaan die binnenkort benoemd zal worden, te overtuigen om alle vliegreizen van de hele faculteit Geowetenschappen terug te dringen en te compenseren. “Zodra hij is geïnstalleerd, ga ik het hem vragen. Daarna hoop ik natuurlijk dat de hele universiteit dit voorstel gaat oppakken.”

Dit achtergrondartikel verscheen 9 maart 2015 op DUB

Reageer