DyslexieEen Nederlandse school klas waarin geen kind zit met dyslexie is bijna een zeldzaamheid geworden. Is de omvang van dyslexie echt zo enorm? En hoe zit het met begeleidingstrajecten, wat werkt wel en wat niet? De druk binnen de school om extern onderzoek en begeleiding aan te vragen is in ieder geval groot.

Op de deurmat van scholen vallen talloze folders van bureaus die onderzoek en therapie aanbieden voor dyslexie. Niet alleen voor dyslexie trouwens, voor elke gedrags- en leerstoornis van ADHD en ADD tot dyscalculie en dyspraxie stromen de oplossingen binnen. Althans, dat doet de uitzending ‘etiketkinderen’ van Zembla van afgelopen april vermoeden. Antoinette Schildkamp, directeur van basisschool ‘Het Zeggelt’ in Enschede, zei te worden overspoeld door brochures van hulpverleners die via de school reclame willen maken voor hun  behandeling. Dit enorme aanbod zou het voor schooldirecteuren en leerkrachten niet makkelijk maken om een extern deskundige in te schakelen bij gevallen van ernstige dyslexie. Schieten begeleidingstrajecten inderdaad als paddenstoelen uit de grond?

Gebaat bij dyslexie

Het is waar dat steeds meer scholieren het etiket ‘dyslectisch’ opgeplakt krijgen. Inmiddels heeft vijftien procent van de vmbo-scholieren een dyslexieverklaring tijdens het eindexamen, blijkt uit recent onderzoek van de Rijksoverheid. Uit wetenschappelijke schattingen blijkt echter dat slechts drie à vier procent van de schoolgaande kinderen te maken heeft met dyslexie. Waar komt dat verschil in percentage vandaan?

In eerste instantie kan dat volgens Stichting Dyslexie Nederland (SDN) mogelijk liggen aan een inhaalslag die nu gaande is dankzij alle aandacht voor dyslexie. Kinderen bij wie vroeger de signalen niet zijn opgemerkt, krijgen nu alsnog de diagnose te horen.

Daarnaast ligt er een verklaring in de prestatiedruk waarmee scholen kampen. De overheid is meer eisen gaan stellen aan de toetsscores, waardoor kinderen sneller worden gezien als leerlingen met een leerprobleem. Het gevolg is dat scholen snel extern onderzoek aanvragen om erachter te komen wat er mis is zodat ze het optimale uit een leerling kunnen halen. Voor scholen en voor ouders is zo’n verklaring dus aanlokkelijk omdat een leerling daarmee speciale bevoegdheden krijgt in het onderwijs en daardoor hoger zal scoren bij toetsen.

De specialisten die een dyslexieverklaring mogen afgeven, erkende psychologen of orthopedagogen gespecialiseerd op het gebied van leerstoornissen, zijn meestal zelf ook gebaat bij het stellen van de diagnose. Want het bureau dat de diagnostiek doet, biedt doorgaans ook zelf de behandeling aan. Gevolg? Meer etiketten ‘dyslexie’ in de klas.

Hulp van buiten

In principe zijn scholen vrij in hoe zij leerlingen met dyslexie begeleiden en welke hulpmiddelen, zoals luisterboeken of meer tijd bij leesopdrachten, ze daarbij inzetten. Bij lichte gevallen van dyslexie komt de begeleiding dan ook volledig van de onderwijzers. Hierbij zijn scholen niet verplicht het protocol dyslexie van de Rijksoverheid te volgen. Wat de overheid overigens wel sterk aanraadt om fouten te voorkomen en de kans op geslaagde begeleiding te vergroten.

Het lukt echter niet altijd om binnen het onderwijs de lees- en spellingvaardigheid van dyslectici te normaliseren. ‘Tussen de vier en zeven procent van de dyslectische scholieren krijgt hulp van buiten’, zegt hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam en bestuurslid van SDN Peter de Jong. ‘Het is de verantwoordelijkheid van de school om bij het signaleren van een leesprobleem hulp te bieden. Dat kan bestaan uit extra leesinstructie binnen of buiten de klas. Blijft het kind dan nog achter dan kan de school het kind in overleg met de ouders aanmelden bij een andere instantie voor begeleiding.’ Voor kinderen met ernstige dyslexie schakelt de school over het algemeen een extern deskundige in.

Reclame voor behandeling

Welke externe behandeling moet een onderwijzer kiezen voor de leerling? De uitzending van Zembla gaf de indruk dat er een wildgroei is aan begeleidingstrajecten voor dyslectici. ‘Dat idee heb ik helemaal niet’, zegt De Jong. ‘Er zijn een paar grote gespecialiseerde klinieken en die bieden allemaal ongeveer dezelfde behandelingen aan.’ In 2006 verschenen bovendien de resultaten van een onderzoek waarin de effectiviteit van de behandelingen van grote klinieken op een rijtje waren gezet. Er bleken weinig verschillen te zijn. ‘Er zijn kleine verschillen in de zin dat soms de nadruk meer op spellen ligt en soms meer op lezen. Maar de overeenkomsten tussen de behandelingen zijn groter’, licht De Jong toe. Veel dyslexie-instituten ontwikkelen wel hun eigen methodiek, maar de behandelingen van grote klinieken zoals het IWAL en Regionaal Instituut voor Dyslexie (RID) lijken op elkaar. Beide instituten volgen de richtlijnen van het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling, in 2006 ontwikkeld in opdracht van het College voor Zorgverzekeraars.

In deze instituten werken erkende orthopedagogen en gespecialiseerde psychologen. De Jong: ‘Daar moeten scholen zich toe wenden.’ Ook remedial teachers van binnen of buiten de school kunnen leerlingen directe instructies geven door vier keer per week een half uur planmatig de leesvaardigheid te verbeteren. “Maar over de expertise en rol van remedial teachers bestaat constant discussie”, voegt De Jong toe. Want al kunnen remedial teachers goed helpen bij lees- en spellingsproblemen, ze zijn in principe niet opgeleid om leerproblemen aan te pakken.

Borstel- en luistertherapie

Hoe zit het dan met al die verschillende brochures? Volgens directeur Schildkamp gaat het om vage borstel- en luistertherapieën van zelfbenoemde specialisten. Een kleine speurtocht op internet leert dat er een hoop alternatieve therapieën bestaan voor dyslexie. Medicijnen, diëten, speciale hulpbrillen en hulpprogramma’s toegespitst op bewegingsoefeningen. Noem het maar op.  Onder alternatieve therapieën valt ook de tomatis-luistertherapie die mensen met ADHD, autisme, concentratieproblemen, dyslexie en geheugenproblemen zou trainen hun probleem op te lossen. Stuk voor stuk behandelingen waarvan nooit bewezen is dat ze werken. Therapieën gericht op het nu zo populaire mindfullness of op lettertypes speciaal voor dyslectici? “Daar moeten scholen niet aan beginnen”, aldus De Jong.

Effectieve behandelingsmethoden komen voort uit het wetenschappelijk onderzoek dat in Nederland door de SDN wordt overgedragen op professionals in het onderwijs. Binnenkort brengt het SND weer een boekje uit waarin richtlijnen omtrent de behandeling van dyslexie zijn uitgewerkt. Of daar nog nieuwe inzichten in staan? Grote verrassingen lijken er niet te zijn. Het meeste is al bekend. De Jong: “Het belangrijkste is dat je vroeg moet beginnen en dat de begeleiding intensief en gestructureerd is. Bovendien moet de behandelaar zich richten op lezen en spellen en niet op vaardigheden die daar weinig mee te maken hebben.”

 Dit artikel verscheen oktober 2013 in nr. 1 van het onderwijstijdschrift PO Management.

Reageer