Er heerst hongersnood in Afrika. Door droogte kampen momenteel elf miljoen mensen in Somalië, Kenia en Ethiopië met ernstig voedselgebrek. Wij zouden het ons niet voor kunnen stellen zo lang zonder eten te kunnen. Hoe reageert je lichaam eigenlijk op een voedseltekort? En hoe lang kun je overleven zonder voedsel?

Door te weinig regen zijn in Oost-Afrika de oogsten mislukt en is er een gebrek aan drinkwater. In een rapport van deVerenigde Naties staat dat meer dan elf miljoen mensen in Oost-Afrika voedselhulp nodig hebben.

Je kunt een tijdje zonder voedsel, omdat het menselijk lichaam een uitgebreid pakket noodmaatregelen heeft om energie te besparen in tijden van voedselschaarste. Maar hoe lang mag honger duren?

Goed doorvoed

Je lichaam heeft voedsel nodig om in leven te blijven. Eiwitten, vetten en koolhydraten uit voeding bevatten – naast essentiële bouwstoffen – ook calorieën die de energie leveren om ons lichaam draaiende te houden. Volgens het Voedingscentrum heeft een gezonde volwassene gemiddeld 56 gram eiwit, 250 gram koolhydraten en 100 gram vet per dag nodig om voldoende calorieën binnen te krijgen. Dat komt voor mannen neer op ongeveer 2500 kilocalorieën en voor vrouwen op ongeveer 2000. Als je gedurende lange tijd minder dan de helft van deze benodigde calorieën binnenkrijgt, gaat je lichaam zijn eigen weefsels afbreken om toch aan energie te komen.

Naast koolhydraten, vetten en eiwitten heb je ook mineralen en vitamines nodig. Mineralen en vitamines bevatten dan wel geen calorieën, toch zijn ze onmisbaar voor een goede gezondheid en normale groei. Een gebrek aan mineralen en vitamines kan leiden tot ziekte, zoals bloedarmoede bij een ijzertekort.

Voedselreserves

De eerste prioriteit van je lichaam bij gebrek aan voedsel is de energievoorziening van de hersenen in stand te houden. Daar is glucose voor nodig.

Gelukkig heb je een kleine hoeveelheid suiker op voorraad. Na het eten van koolhydraten wordt het overschot aan glucose namelijk opgeslagen in de lever en spieren, in de vorm van glycogeen, of direct in vet als het overschot te groot is.

Zodra je energie nodig hebt – bijvoorbeeld tijdens het sporten, of tussen de maaltijden door – maakt je lichaam aanspraak op de glycogeenvoorraad. Zonder te eten kun je hoogstens een dag vooruit op de glycogeenreserve, tijdens intensieve sport is de voorraad zelfs na een paar uur al uitgeput.

Als het glycogeen op is, wendt je lichaam zich tot de vetvoorraad. Door het afbreken van vet ontstaan twee stoffen: glycerol en vetzuren. Uit vetzuren kan de lever jammer genoeg geen nieuwe glucose maken, uit glycerol wel. Afhankelijk van hoeveel vet je hebt, voorziet glycerol je een aantal dagen van glucose. Maar als ook het glycerol op is, zijn eiwitten de enige andere bron waaruit glucose gemaakt kan worden. Aangezien onze spieren bijna volledig uit eiwit bestaan, zal je lichaam na een dag of tien zijn eigen spieren gaan afbreken.

Overlevingstrucje

Het afbreken van spierweefsel is erg onvoordelig: om te overleven moet je snel kunnen bewegen bij gevaar. Daar zijn spieren voor nodig. Ons lichaam heeft daarom een trucje om eiwitten te sparen. Je lever kan namelijk energierijke verbindingen maken uit vetzuren:ketonen. Vetzuren worden door je hersenen niet doorgelaten, maar ketonen wel. Door deze extra bron van energie kan het brein met minder glucose toe. Het resultaat? Er wordt minder spierweefsel afgebroken. Dat is het geheim waardoor we het zo lang uit kunnen houden zonder eten: door ketonen kunnen we nog weken blijven bewegen en denken.

Hoe lang je precies kunt overleven op je reserves hangt voornamelijk af van je gewicht en hoeveelheid vetweefsel. Hoe meer vet je hebt, hoe langer je lever ketonen aan kan maken, en hoe langer het dus duurt voordat je spieren worden afgebroken.

Een goed doorvoede volwassen man van zo’n 70 kilogram heeft 161.000 kilocalorieën – in de vorm van koolhydraten, vetten en eiwitten – opgeslagen in zijn weefsels. Hij heeft – bij gemiddelde activiteit – zo’n 2500 kilocalorieën per dag nodig om niet te vermageren. Met zijn energievoorraad zou hij dus maximaal twee maanden vooruit kunnen zonder een hap te eten.

Maar dan moet hij wel drinken want vocht is nog belangrijker om te overleven dan eten. Als je niet drinkt wordt je bloedvolume uiteindelijk te klein om de organen van bloed te voorzien. Zonder water houd je het daarom – zeker bij warme temperaturen – maar een paar dagen uit.

Orgaanfalen

In principe kun je twee maanden in leven blijven zonder te eten. Maar daarmee is ook alles gezegd, want goed zul je je niet voelen. Zodra je niet meer eet slaan de vermoeidheid en duizeligheid al snel toe. Er komt weliswaar glucose vrij uit de reserves, maar de concentratie glucose in je bloed zal toch een stuk lager zijn dan wanneer je wel genoeg eet. Om te overleven is het cruciaal dat vitale organen zoals hart en hersenen blijven werken. Hart en hersenen worden ontzien door andere organen die bij uitval niet direct tot sterfte leiden, op een laag pitje te zetten. Het afweersysteem begint bijvoorbeeld al snel te haperen, wat de kans op infecties vergroot.

Na een maand zonder eten beginnen zich ernstige symptomen voor te doen. Je organen beginnen één voor één uit te vallen. Het begint met je darmen en lever, gevolgd door je nieren. Daarna zullen dan toch echt je hart en zenuwstelsel het opgeven. In de meeste gevallen is een hartstilstand de uiteindelijke doodsoorzaak: de hartspier is gedeeltelijk afgebroken en er is niet genoeg energie meer om het hart te laten pompen.

Artsen zien bij anorexiapatiënten dat het hart ermee ophoudt als de body mass index (BMI) tot 12.5 is gezakt. BMI is een maat op basis van lengte en gewicht om te bepalen of je gewicht gezond is: waarden tussen 18.5 en 25 worden als gezond beschouwd. De kans is echter aanwezig dat je al eerder bezwijkt aan een infectie die je hebt opgelopen.

Voedselhulp

Dat je bijna twee maanden kan overleven zonder voedsel, gaat uit van de situatie dat iemand van de een op de andere dag gebrek aan voedsel heeft. Maar uit concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog weten we dat mensen wel maanden of zelfs jaren met heel weinig eten in leven blijven: het hangt af van de hoeveelheid calorieën die je per dag weet binnen te krijgen. Het is daarom ook moeilijk te zeggen hoe lang de mensen in Oost-Afrika het kunnen uithouden. Aangezien daar ook bijna geen water is, is het te hopen dat de voedselhulp snel op gang komt.

Dit achtergrondartikel verscheen 28 juli 2011 op Kennislink

Reageer