Higgs en Van den BergHet is 30 juni 2012. De Nederlandse kunstenaar Jan van den Berg en de Britse theoretisch natuurkundige Peter Higgs prikken tijdens lunchtijd een vorkje in een restaurant op Sicilië. Dan gaat Higgs’ telefoon. Aan de andere kant spreekt iemand van CERN de lang verwachte woorden: ‘I think we have it’. Peter Higgs vertrekt meteen naar Genevé. Het moment is eindelijk daar: het legendarische Higgs-deeltje is gevonden!

De vondst van het voorheen ongrijpbare elementaire deeltje was een bijzonder moment in de vriendschap tussen theater- en filmmaker Jan van den Berg en Peter Higgs. Deze band, die in de loop der jaren ontstond, is nu de stuwende kracht achter zijn nieuwe theatervoorstelling Higgs.

Higgs voorspelde een halve eeuw geleden al het bestaan van een deeltje dat een verklaring geeft voor het feit dat alle andere elementaire deeltjes massa hebben. De voorstelling gaat over de jarenlange, persoonlijke ontdekkingsreis van Van den Berg naar dit Higgs-deeltje. Het is ‘een vrolijk makend verhaal over de humor en tragiek van de oerknal, protonenporno en zwarte gaten’, zoals de Stadsschouwburg Utrecht het theater aankondigt. De voorstelling is een mix van exclusieve achtergrondverhalen en filmbeelden en sluit af met een gesprek met een deskundige gast.

Neutrino’s op het podium

Waarom maakt iemand die theologie studeerde en colleges film- en theaterwetenschappen volgde een voorstelling over de wereld van de fysica? “Ik heb zelf in de academische wereld rondgelopen”, vertelt Van den Berg. “Daar heb ik aan over gehouden dat ik het leuk vind om op ontdekkingsreis te gaan. Dat onderzoekende is de essentie van mijn werk. Wat je dan als filmmaker doet is een ander perspectief op de wereld loslaten. Dus in het Higgs-verhaal kijk ik meer naar de humor en tragiek ervan en probeer het verhaal te vertellen als een jongensboek.”

Van den Berg maakte eerder al voorstellingen over neutrino’s. “Ik las een keer over neutrino’s in de krant en de aantrekkingskracht was enorm groot. Wetenschap leek me een interessante niche voor het theater.” Hij maakte bijvoorbeeld ooit een voorstelling over de Super-Kamiokande detector in Japan waarmee onderzoekers neutrino’s proberen op te sporen. Hij goot het experiment in een voorstelling die hij speelde op het Nikhef (het Nationaal instituut voor subatomaire fysica) in Amsterdam. Daar is toen het balletje gaan rollen.

“Toenmalig directeur Frank Linde stelde vanwege mijn interesse in fysica voor om eens mee te gaan naar CERN. Dat was in 2005. Eenmaal daar heb ik me volledig toegespitst op de zoektocht naar het Higgs-deeltje.”

Op bezoek bij de ‘Higgs hunters’

Zes jaar lang volgde Van den Berg de ‘Higgs hunters’ op CERN, het Nikhef en daarbuiten. Hij leerde onder andere Peter Higgs zelf kennen en maakte hem een aantal keren intensief mee. “Op persoonlijk vlak bleken we elkaar goed te liggen. Hij inspireerde me met leuke verhalen, maar heeft ook inhoudelijke suggesties voor mijn werk gedaan.” Het contact leidde, in co-regie met collega Hannie van den Berg, in eerste instantie tot een documentaire over Peter Higgs. Daarvan komen beelden terug in de theatervoorstelling.

Tijdens zijn jarenlange ontdekkingsreis ontmoette Van den Berg ook meerdere malen twee grote Utrechtse natuurkundigen: Martinus Veltman en Gerard ’t Hooft Zij ontvingen samen in 1999 de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor hun theoretische inzichten in de deeltjesfysica. Die inzichten zouden later onmisbaar blijken voor het Standaardmodel dat alle deeltjes en interacties daartussen beschrijft.

Theoretisch fysicus Eric Laenen, onder andere hoogleraar aan de UU en medewerker van het Nikhef, beaamt dat. “Veltman en ‘t Hooft zijn de twee belangrijkste onderzoekers die hebben meegenomen wat Higgs in 1964 ontwikkeld heeft. Dankzij hen is het Standaardmodel tot stand gekomen.”

Grootvader Higgs

Zelf zat Laenen niet zo dicht bij het vuur. “Mijn onderzoeksgroep in Utrecht probeert zo nauwkeurig mogelijk LHC botsingen te simuleren. Daarnaast proberen we een vinger te krijgen achter wat er nog is behalve het Standaardmodel.” Maar desondanks was de vreugde bij hem en zijn groep groot toen de Nobelprijs dit jaar in handen viel van Higgs en zijn Vlaamse collega François Englert. Laenen heeft Higgs ook weleens ontmoet en kan hem in zekere zin zelfs omschrijven als zijn ‘grootvader’. “In de jaren negentig promoveerde ik bij de Schotse professor Jack Smith”, legt Laenen uit. “En Jack Smith was op zijn beurt gepromoveerd onder toezicht van Peter Higgs.” Laenen is zeker van plan de voorstelling van Van den Berg, met wie hij tijdens diens zoektocht in contact kwam, te gaan bezoeken.

De eerste voorstelling speelde Van den Berg afgelopen zomer in Edinburgh. Dat was ongeveer een maand nadat het Higgs-deeltje was gevonden en Peter Higgs trad op als interviewgast. Van den Berg: “Dat was heel overweldigend. Toen hij het toneel opkwam kreeg ik het idee dat ik op een persconferentie zat. Overal mensen die handtekeningen wilden.” Volgens Laenen maakt de uitreiking van de Nobelprijs aan Higgs de voorstelling nu nog bijzonderder. Laenen: “Want de Nobelprijs is natuurlijk de bekroning van de hele zoektocht.”

Dit achtergrondartikel verscheen 26 september 2013 online op Digitaal Universiteitsblad DUB

Reageer