De radioactieve wolk in Japan houdt wereldwijd de gemoederen bezig. Met de toenemende angst in Japan is het tijd voor wat duidelijkheid. Wanneer is radioactiviteit nu gevaarlijk? Zeven vragen over de risico’s van radioactiviteit.

Wat is radioactiviteit?

Radioactiviteit is het uitzenden van straling door sommige atomen. Elk atoom heeft een kern van positief geladen protonen en neutrale neutronen, omgeven door een ‘wolk’ van negatief geladen elektronen. Meestal zijn alle deeltjes in evenwicht en is de atoomkern stabiel. Maar bij sommige atomen is dat evenwicht verstoord doordat er elektronen uit de elektronenwolk wegschieten. De atoomkern compenseert dit door alfa-, bèta- en/of gammastraling uit te zenden.

Omdat de samenstelling van de atoomkern verandert, ontstaat er een nieuw atoom. Als dat atoom ook weer instabiel is gaat het proces door. Net zolang tot er een stabiel atoom overblijft, en dat kan jaren duren. Atomen die dit gedrag vertonen zijn radioactief. ‘Radioactieve straling’ is daarom een foute term, want niet de straling is radioactief, maar de atoomkern die uit elkaar valt. Voorbeelden van radioactieve stoffen zijn jodium, cesium, strontium, plutonium en uranium. Ze blijven vaak als afval achter na het opwekken van kernenergie.

Is radioactiviteit gevaarlijk?

Overal op aarde vind je een klein beetje natuurlijke radioactiviteit. Denk maar aan uranium dat in de aardbodem zit, en dat ook in ons voedsel belandt. Maar dat is zo weinig dat het niet gevaarlijk is. Ook komen we in aanraking met andere soorten straling zoals die van elektrische apparaten en UV-straling. Deze straling heeft onvoldoende energie om elektronen uit atomen te slaan.

Radioactieve stoffen komen je lichaam binnen via je voedsel, longen of huid. De straling die deze stoffen uitzenden is zo sterk dat het veranderingen kan veroorzaken in ons DNA. Die schade wordt normaal gesproken gewoon gerepareerd. Het gebeurt namelijk vaak dat we in aanraking komen met natuurlijke radioactiviteit. Maar bij een hoge stralingsdosis, of als je te lang bent blootgesteld, is er geen mogelijkheid meer om de schade te repareren. Zo kan DNA-schade zorgen voor nare ontstekingen en later zelfs kanker veroorzaken. De precieze schade hangt af van het type straling (zie kader), de hoeveelheid straling en de gevoeligheid van het weefsel.

Drie typen straling

Alfastraling
Plutonium en uranium zenden alfastraling uit. Dat zijn grote en zware energiedeeltjes die via de lucht maar centimeters ver komen. Een blad papier kan ze al tegen houden, door je huid komen ze ook niet heen. Als je de deeltjes inademt komen ze in de longen niet verder dan het slijmvlies, maar eenmaal daar richten ze grote schade aan.
Bètastraling
Strontium en jodium zenden bètastraling uit. Bètastraling bestaat uit lichtere energiedeeltjes en heeft een groter doordringend vermogen dan alfastraling. Je hebt een aluminiumplaat nodig om deze straling tegen te houden. Omdat bètastraling wel door je huid gaat kan je hele lichaam er schade van ondervinden.
Gammastraling
Gammastraling bestaat niet uit deeltjes maar uit elektromagnetische golven. Die golven gaan zo snel als het licht (300.000 kilometer per seconde) en dringen ver door in omringend materiaal. Alleen een dikke betonnen muur houdt gammastraling tegen. Zelfs op honderden meters afstand komt gammastraling rechtstreeks je lichaam binnen en kan je DNA beschadigen. Gammastraling wordt uitgezonden door bijvoorbeeld cesium.

Hoe meet je radioactiviteit?

Niet zo eenvoudig, al die termen die stralingsdeskundigen gebruiken om radioactiviteit te meten. Becquerel, Gray, Sievert, wat is het verschil? Stel je een radioactieve stof eens voor als een fruitboom. De straling die de stof uitzendt stel je voor als vallende vruchten. In dat geval staat de eenheid Becquerel voor het aantal vruchten dat eruit valt. Gray staat voor de hoeveelheid energie die een vallende vrucht overbrengt op je lichaam als je deze op je hoofd krijgt. De grootte van de blauwe plekken die je krijgt van alle vallende vruchten, wordt uitgedrukt in de hoeveelheid Sievert. Sievert is de eenheid die normaal gesproken gebruikt wordt om de dosis van straling uit te drukken. Deskundigen gebruiken milliSievert (mSv) per tijdseenheid (uur of jaar) als maat voor de kans op lichamelijke schade. Milli staat voor één duizendste en wordt vaak gebruikt omdat dat makkelijker rekent met kleine hoeveelheden.

Hoeveel straling krijgen we gemiddeld per jaar binnen?

In Nederland lopen we via de natuur en door kunstmatige bronnen een stralingsdosis van 2,4 mSv per jaar op. Dat is laag in vergelijking met bijvoorbeeld België, Duitsland en de VS. We mogen maximaal 1 mSv per jaar binnenkrijgen als gevolg van menselijk handelen met stralingsbronnen, bijvoorbeeld door radioactief radon dat gebruikt wordt in de bouw. Die dosis geldt voor iedereen in Europa. Medische behandelingen, zoals een röntgenfoto van 0.01 tot 1 mSv vallen daar niet onder. Mensen in de VS krijgen 6.2 mSv per jaar binnen. Dat komt vooral door meer medische behandelingen.

Voor Nederlanders die met straling werken, bijvoorbeeld in een kerncentrale, is er een aparte regelgeving. Zij mogen tot 20 mSv per jaar binnenkrijgen. Die hoeveelheid is noodzakelijk om met straling te kunnen werken, maar levert nog geen gezondheidsrisico’s op.

Wat zijn de acute effecten van radioactiviteit op je gezondheid?

Als je in korte tijd wordt blootgesteld aan een hoge dosis straling, merk je dat meteen. Bij een dosis van 1000 tot 2000 mSv raken je cellen zwaar beschadigd. Zo zwaar dat je misselijk wordt en last krijgt van braken en diarree. Dat noemen we ‘stralingsziekte’. Als de dosis hoger is, wordt de stralingsziekte erger. Een dosis boven de 4000 mSv overleef je waarschijnlijk niet. In Tsjernobyl kregen mensen die dichtbij de kernreactor werkten stralingsziekte, sommigen overleden. Maar mensen uit de omgeving werden niet ziek. Daarvoor was de dosis die ze binnen kregen te laag.

Wat is op lange termijn het risico van radioactiviteit voor je gezondheid?

Simpel gezegd: hoe meer blootstelling aan radioactiviteit, hoe groter de kans op kanker. Door een explosie in een kernreactor belanden radioactieve stoffen in de omgeving. Ze blijven nog jaren straling uitzenden. In Tokio werd op 15 maart een stralingsdosis gemeten van 0.0008 mSv per uur. Dat is 40 keer hoger dan normaal, maar nog niet zorgelijk. Vanaf een dosis van ruwweg 150 mSv heb je kans op onherstelbare DNA-schade. Door achtergrondstraling uit de natuur heb je al kans dat cellen blijvend ontregeld raken en kanker ontstaat. Bij elke Sievert ontvangen straling, neemt de kans op kanker met 5% toe. Dat effect is relatief klein als je bedenkt dat één op de drie Nederlanders onder normale omstandigheden kanker krijgt. Bij Tsjernobyl bleken de langetermijn effecten uiteindelijk mee te vallen. Na 20 jaar onderzoek blijkt het aantal kankergevallen of andere ernstige ziekten niet verhoogd onder mensen die destijds rondom de kernreactor werkten.

Hoe gevaarlijk is nu de situatie in Fukushima?

De straling uit Fukushima is het grootste probleem voor de werknemers van het energiebedrijf en voor hulpverleners zoals de brandweer. Het stralingsgehalte neemt namelijk snel af als je verder van de bron weggaat. Eén van de grootste pieken was zo’n 400 mSv per uur in reactor 3 op dinsdag 15 maart. Tokio ligt op ruim 250 km afstand van Fukushima, daar is de stralingsdosis niet schadelijk. Er zijn pieken, maar meestal is de straling uit de kernreactoren op zo’n niveau dat er kan worden doorgewerkt. Met het vliegtuig weg uit Tokio? Als je blijft is je stralingsdosis vermoedelijk lager dan wat je in eenvliegtuig oploopt aan natuurlijke kosmische straling. Er zijn ruim 10.000 doden door de aardbeving en tsunami, Fukushima zal naar schatting tientallen toevoegen.

Deze reportage verscheen 23 maart 2011 op Kennislink

Reageer