IFOver het recent ontdekte ‘sporthormoon’ irisine bestaat controverse in de wetenschap. Is dit stofje verantwoordelijk voor de positieve effecten van sporten? Bestaat het überhaupt wel?

Wie sport, heeft minder kans op overgewicht, diabetes type twee en hart- en vaatziekten, dat weten we uit talloze studies. Maar hoe dat dagelijkse rondje hardlopen nou die voordelen voor de gezondheid creëert, is op moleculair niveau nog een terra incognito.

In 2012 deed de onderzoeksgroep van bioloog Bruce Spiegelman van de Harvard Medical School een interessante ontdekking. Spiegelman onderzocht al een tijdje het bloed van muizen op stoffen die tijdens een training door de spieren worden vrijgegeven, en stuitte op een hormoon dat de naam ‘irisine’ kreeg – naar de Griekse godin Iris, boodschapper van de goden.

Van bruin naar wit vet

Niet alleen muizen, ook mensen maken tijdens inspanning irisine aan in hun spieren, zo rapporteerde het team. Irisine vertelt wit vet om zich meer te gedragen als bruin vet. Waar wit vet overtollige energie enkel opslaat, kan bruin vet – dat bij mensen tussen de ruggenwervels en schouders zit – overtollige energie omzetten in warmte. En dat zou weer kunnen bijdragen aan de bestrijding van overgewicht en daaraan gerelateerde ziekten. Uit het onderzoek onder muizen bleek bovendien dat de stof ook vrijkwam in hun hersenen; een bevinding die naadloos aansluit op de aanwijzing dat sporten ook beschermt tegen depressie en dementie.

De vlag ging uit. Irisine, inmiddels omgedoopt tot ‘sporthormoon’, was de verklaring waar we naar zochten. Er werd zelfs al gerept over een irisine-pil waarmee mensen die vanwege ouderdom of een beperking moeilijk kunnen bewegen ook de voordelen van sporten zouden kunnen ervaren.

Controverse

Niet iedereen was overtuigd. Mensen hebben dat hormoon helemaal niet, schreven kritische wetenschappers. Volgens hen hebben we weliswaar het gen voor irisine in ons DNA, maar omdat daar een foutje in zit, maken mensen de stof niet aan. Dat de Amerikanen het toch in menselijk bloed zagen opduiken, zou puur en alleen te danken zijn aan ondeugdelijke analytische tests. Irisine in mensen is een mythe, daar was de wetenschap het snel over eens.

Vastberaden het hormoon op te sporen, kwamen Bruce Spiegelman en zijn collega’s onlangs naar buiten met nieuwe onderzoeksresultaten. Ditmaal hadden ze een zeer nauwkeurige, chemische onderzoekstechniek toegepast op tien proefpersonen en wat bleek: hoewel in lage concentraties, maakten ze allemaal irisine aan. Bovendien hadden de zes die gedurende twaalf weken duurtrainingen volgden meer van het hormoon aangemaakt dan de vier personen die niet trainden.

Volgens professor Patrick Rensen van het Leids Universitair Medisch Centrum, die onderzoek doet naar bruin vet, is de nieuwe onderzoeksmethode wel betrouwbaar: ‘De studie laat heel duidelijk zien dat er irisine aanwezig is in ons bloed.’ Toch is het volgens hem te vroeg om te zeggen dat de stof inderdaad de positieve effecten van sporten veroorzaakt, of in staat is om wit vet om te zetten in bruin vet. Rensen: ‘Daarvoor moeten veel meer dan tien mensen onderzocht worden. De interesse in irisine als aanjager van bruin vet komt hiermee vermoedelijk wel terug.’ De controverse is gedeeltelijk beslecht: een mythe is irisine niet, maar de status van ‘sporthormoon’ moet het nog verdienen.

Dit artikel verscheen in het decembernummer 2015 van Runner’s World.

Afbeelding: KJohansson via Wikimedia Commons

    Reageer