Bioprinter aan het werkDe universiteit start binnenkort een experimentele weefselfabriek, de ‘Utrecht Biofabrication Facility’, gericht op het fabriceren van levende weefsels met behulp van speciale 3D-printers. Daarnaast komt er volgend jaar een nieuwe masterspecialisatie ‘biofabrication’.  

Met een bioprinter kunnen onderzoekers straks driedimensionale implantaten met levende cellen printen die de structuur van een echt weefsel, zoals kraakbeen of bot, nabootsen. De technologie is volop in ontwikkeling. “Maar op de wereld is er op dit moment nergens een plek waar je je in bioprinten kan bekwamen”, zegthoogleraar Wouter Dhert voorzitter van het onderzoeksprogramma Regeneratieve Geneeskunde en Stamcellen. Hij is één van de initiatiefnemers van de experimentele‘weefselfabriek’.

In het UMC Utrecht werd toch al gewerkt aan bioprinten? 
“Een aantal jaar geleden is de eerste bioprinter aangeschaft in het UMC. Hiermee kunnen we in een kweekkast gelen printen waaraan een biologische component, zoals cellen en eiwitten, is toegevoegd. Daarnaast hebben we nog drie eenvoudige printers voor allerlei testdoeleinden. Om dit uit te bouwen heeft het UMC Utrecht samen met de Faculteit Diergeneeskunde en de Faculteit Bètawetenschappen een voorstel ingediend bij het College van Bestuur. Met de 775.000 euro die zij investeren kunnen we nieuwe state-of-the-art printapparatuur aanschaffen en mensen betalen die het gaan beheren en ontwikkelen.”

Wat moeten we ons voorstellen bij de nieuwe faciliteit? 
“De nieuwe printers komen vooralsnog  te staan in een laboratorium van de Divisie Heelkundige Specialismen van het UMC Utrecht.” Daar gaan we constructen printen met een driedimensionale organisatie om de complexiteit van de biologie na te bootsen. Onze groep werkt bijvoorbeeld aankraakbeenceltherapie. Wat we nu doen is kraakbeencellen van de patiënt op een dragermateriaal zaaien en dan terugplaatsen. Maar op het moment van terugplaatsing hebben de cellen geen duidelijke organisatie. Met een 3D-printer is het mogelijk de cellen in driedimensionale structuur te printen die overeenkomt met echt kraakbeen. Maar we gebruiken de printer ook om weefselmodellen te maken van bijvoorbeeld botkanker voor fundamenteel onderzoek.”

In hoeverre heeft de experimentele ‘weefselfabriek’ een commerciële toepassing?
“Onderzoek van onze groep richt zich dus op klinische toepassingen in de orthopedie. Maar de faciliteit wordt opengesteld voor andere groepen die een commercieel product willen maken. In principe kan iedereen straks inlopen en een afspraak maken om iets in 3D te printen. Naast dat de faciliteit openstaat voor Utrecht Life Sciences is er nationaal en internationaal belangstelling om met ons samen te werken. Een voorbeeld daarvan is de internationale masteropleiding ‘Biofabrication’ die in september 2015 van start gaat.”

Waarom is een masteropleiding op dit terrein nodig?
“Biofabrication is een nieuw vakgebied en er is vrij specifieke kennis voor nodig. In de nieuwe opleiding leren studenten de technische kant van bioprinten te integreren met de biologie. Het gaat om kennis van welke materialen goed printbaar zijn, welke geschikt zijn voor plaatsing in het lichaam, kennis van het technische printproces en natuurlijk kennis van translatie van onderzoek naar de patiënt. De opleiding ‘Biofabrication’ wordt trouwens geen heel nieuw masterprogramma maar wordt een aparte specialisatie binnen het bestaande masterprogramma Regenerative Medicine & Technology.”

Is 3D-printen de technologie van de toekomst?
“Er is een onderscheid tussen 3D-printen en bioprinten. Het 3D-printen is nu op de top van de hype. Over een paar jaar zien we of er een wijsheid is ontstaan waarmee sommige toepassingen opgepakt worden. Waarschijnlijk gaat 3D-printen een solide basis vinden in de maatschappij voor het printen van onderdelen van bijvoorbeeld stofzuigers. Maar bioprinten zit nog veel vroeger in het proces. Betrekkelijk weinig groepen in de wereld zijn er mee bezig. Het is aan ons wetenschappers om het hoofd koel te houden en bioprinten op een wijze manier door de hype heen te loodsen. Zodat de verwachtingen niet volkomen overspannen raken.”

Dit interview verscheen 4 februari op DUB

Reageer