Schaduwzijde van landbouwantibiotica

Schaduwzijde van landbouwantibiotica

Veel landbouwdieren krijgen elke dag antibiotica, om ziektes te voorkomen en behandelen. Maar zoals bekend heeft antibiotica ook een hoop onbedoelde gevolgen. Dankzij een Amerikaanse studie is daar meer inzicht in gekomen. De belangrijkste bevinding? Antibiotica zet de darmflora van landbouwdieren op zijn kop.

Onderzoekers van het National Animal Disease Center – deel van het Amerikaanse Ministerie van Landbouw – hebben tot in detail de darmflora uitgeplozen van varkens die voer met antibiotica voorgeschoteld kregen. Antibiotica verandert de samenstelling van de darmbacteriën, en doet het aantal resistentiegenen toenemen, schrijven zij deze week in het tijdschrift PNAS.

Vette varkens

Boeren geven antibiotica aan hun dieren om ze sneller te laten groeien. Het idee is dat antibiotica de hoeveelheid (darm)bacteriën vermindert, waardoor het dier zijn voedingsstoffen minder hoeft te delen met zijn darminwoners. Bovendien hoeft het afweersysteem minder te reageren op bacteriën, wat energie bespaart. Dieren kunnen met behulp van een beetje antibiotica dus efficiënter omgaan met voedsel en energie. En dat is goed te zien: in korte tijd krijgen varkens, koeien en kippen veel spek op hun botten. Maar wat precies het gevolg is voor de darmflora van de dieren? Dat was eigenlijk onbekend.

Poeponderzoek

Tijd voor een grondige inspectie, naar varkenspoep. De onderzoekers gaven de ene groep varkens gewoon voer, terwijl hun broertjes en zusjes in de andere groep elke dag voer aten met wat antibioticum er doorheen gemixt. Na drie weken werd het DNA in de varkenspoep vergeleken met het DNA uit de poepmonsters die bij aanvang van het experiment verzameld waren.

In de poep van de antibiotica-varkens bleken grotere hoeveelheden en meer verschillende soorten antibiotica-resistentiegenen te zitten. Het opvallende was dat sommige van de gevonden genen resisentie veroorzaken tegen bepaalde antibiotica die de varkens helemaal niet hadden gekregen. Volgens de auteurs zou dat kunnen komen doordat resistentiegenen voor verschillende antibiotica vlak bij elkaar liggen in het bacterie-DNA.

Ook de samenstelling van darmbacteriën van varkens die antibiotica kregen, verschilde duidelijk van de darmflora van onbehandelde varkens. In de behandelde varkens was een aantal typen bacteriën afgenomen, wat te verwachten is van een antibioticakuurtje. Maar het grootste verschil was opmerkelijker en zat hem in de bekende darmbacterie E. coli: behandelde varkens hadden na de kuur elf procent meer E. coli, bij onbehandelde dieren was dat maar één procent.

Onbedoelde gevolgen

Wat de toename aan E.coli precies betekent is onduidelijk. E.coli kan namelijk zowel een onschuldige als een gevaarlijke inwoner van de darmen zijn. Het lijkt er in ieder geval op dat de vermeerdering van E. coli een rol speelt bij de versnelde groei van landbouwdieren, als gevolg van antibiotica.

Dat is een bevinding om even wat langer bij stil te staan.E. coli is ook een potentiële ziekteverwekker voor mensen, vooral als hij resistentiegenen bij zich draagt. Als wij in contact komen met zulke resistente bacteriën, bestaat de kans dat deze zich in onze darm nestelen, of hun resistentiegenen doorgeven aan onze lichaamseigen niet-resisente bacteriën. Het wordt dan erg lastig om iets als een – in eerste instantie – ongevaarlijke blaasontsteking te genezen.

Bron:

Torey Looft e.a. In-feed antibiotic effects on the swine intestinal microbiome. Proceedings of the National Acadamy of Sciences. Online publicatie 16 januari 2012

Dit nieuwsbericht verscheen 17 januari 2012 op Kennislink

Reageer